Autisten liegen niet
- pattyvanamsterdam
- Jul 6, 2018
- 3 min read
‘Maar Patty heeft gezegd dat ik nu naar buiten mag.’ Mijn collega is stomverbaasd. Waarom zou ik in godsnaam zeggen dat de client naar buiten mag, en dus al vrijheden krijgt, terwijl dit eerst overlegd moet worden met de psychiater. ‘Dat heb ik niet gezegd, ik heb gezegd dat er vandaag een gesprek is met de psychiater om te kijken of zijn vrijheden kunnen worden uitgebreid en hij wellicht weer zonder begeleiding naar buiten mag.’ ‘Dus hij liegt, hij is aan het splitten?’
Maar kun je liegen als je theory of mind niet geheel ontwikkeld is? Moet je je daarvoor dan niet kunnen inleven in een ander persoon? En laat dat nu net een kernprobleem zijn van mensen met een autisme spectrum stoornis. (verder ASS genoemd).
Andere waarheid
Maar hij liegt toch? Nee, hij liegt niet. Dit is zijn waarheid. Zijn waarheid is anders dan die van mij. Het kan zij dat hij alleen de woorden ‘ik mag naar buiten’ heeft onthouden uit de lange zin die ik hem mededeelde. En dat doet hij niet omdat hij wil horen wat hem uit komt, maar dat komt doordat er problemen zijn in zijn informatieverwerking.
Check of je cliënt je begrepen heeft
Stel je voor dat deze zin bij een persoon zonder ASS van A naar B gaat en de boodschap dan in zijn geheel kan worden ontvangen. Bij iemand met ASS kan het gerust van A naar C naar E naar C naar D naar C en pas dan naar B gaan. De zin moet meerdere weggetjes afleggen om aan te komen. Het kan zijn dat er informatie blijft hangen of verloren gaat ergens tussen C, E en C en dat dus niet alles aan komt bij B. Hier kan hij niks aan doen. Belangrijk is dus om achteraf te checken of je cliënt je boodschap begrepen heeft. Vraag niet: heb je het begrepen? Want dan zal hij ja zeggen. Hij heeft het ook begrepen (op zijn manier). Maar vraag hem te herhalen wat jullie net besproken hebben.
Werkelijke situatie
Het kan ook zijn dat iemand met autisme dat wat hij ziet/hoort linkt aan iets anders zonder dat dit de werkelijke situatie was. Bijvoorbeeld: ik ben met X aan het schaatsen. Ik zie dat X bijna onderuit gaat en wil hem opvangen door achter hem te gaan staan. X valt. Hij ziet mij achter hem met een hand naast hem. X zijn waarheid: Patty heeft mij geduwd op het ijs waardoor ik ben gevallen. Dit liegt hij niet. Dit is zijn waarheid.
Associatie
Dan heb je nog het associëren. Het kan zijn dat X als associatie met mij heeft ‘vrouw’ en dat hij bij ‘vrouw’ de associatie ‘borsten’ heeft en bij borsten de associatie ‘seks’ en ga zo maar door. Elke keer als hij aan iets denkt, opent er een nieuw mapje gerelateerd aan het vorige. Dit kan leiden tot: Ik heb seks gehad met Patty. Zo kunnen er hele nare situaties ontstaan die niet waar zijn. Maar ook niet gelogen.
Ontkoppelen
Zo’n foute koppeling kun je rechtzetten door de situatie hoe het werkelijk ging te ontkoppelen. Het helpt als je de situatie visueel maakt en indien nodig met feiten ontkracht. Bijvoorbeeld: X is aan het schaatsen. Patty staat achter X. X valt. X denkt dat Patty geduwd heeft. Dit kan niet want X viel naar achter en als hij naar achteren valt, zou Patty hem van voren moeten hebben geduwd. En Patty stond achter X. Nu heb je duidelijk gemaakt voor X dat zijn situatie niet klopt. Daarnaast teken je voor hem hoe het wel ging. Zijn oude informatie kan nu worden vervangen door nieuwe kloppende informatie.
Kortom: probeer je in te leven in de wereld van iemand met ASS en help hem zijn gedachten te ordenen omdat hij dit zelf niet kan! Jij bent zijn vertaler in een wereld waarin anderen zijn taal niet spreken.


Comments